donderdag , 23 mei 2024

Waterstof zet zweefvliegen op nieuw pad

De toonaangevende vliegtuigfabrikant Airbus heeft een significante mijlpaal bereikt in de luchtvaartindustrie met de eerste waterstof-aangedreven vlucht van hun gemodificeerde zweefvliegtuig, Blue Condor, op 8 november in Nevada, Verenigde Staten. Dit historische evenement, waarbij uitsluitend waterstof als brandstof werd gebruikt, luidt een nieuwe fase in van experimenten gericht op het bestuderen van de effecten van waterstof op het milieu, met name met betrekking tot de vorming van contrails.

Nieuwe fase in waterstofexperimenten

De vlucht is onderdeel van Airbus’ ZEROe-project, een ambitieus initiatief om de luchtvaartindustrie te verduurzamen. Blue Condor, een aangepast Arcus-J zweefvliegtuig, is uitgerust met een kleine waterstofverbrandingsmotor, ontwikkeld door het Duitse bedrijf Aero Design Works. In vergelijking met traditionele kerosine-uitstoot, produceren waterstofcontrails geen roet of zwaveloxiden, maar ze bevatten wel stikstofoxiden en aanzienlijk meer waterdamp, wat tot 2,5 keer meer is dan bij kerosine. Deze verschillen zijn cruciaal, omdat beide soorten emissies als klimaatbelastend worden beschouwd.

Toekomstgerichte milieustudie

Het Blue Condor-project gaat nu de testfase in. Na de initiële vlucht van 30 minuten, waarbij de waterstofmotor op 7.000 voet hoogte werd getest, zijn er al twee extra vluchten uitgevoerd. De komende operaties omvatten een contrail-studie, gepland voor begin volgend jaar tijdens de koude periode in Nevada. Hierbij zal de Arcus-J naar testhoogte worden gesleept door een Grob Egrett-vliegtuig, uitgerust met meetinstrumenten van het Duitse lucht- en ruimtevaartlaboratorium DLR. Deze vluchten beloven cruciale inzichten te bieden in de klimaateffecten van waterstof en een belangrijke stap te zijn naar Airbus’ doel om in 2035 ZEROe-diensten in te zetten.